- Vroeger ging me dat beter af, als kind. Toen kon ik nog met overgave ‘niets’ beoefenen. Door op de grond te liggen en aandachtig een autootje te bekijken of het patroon te volgen van het vloerkleed of behang. Door met mijn ellebogen op de vensterbank te leunen en urenlang naar buiten te gaan zitten kijken. Hoe de druppels langs de ramen naar beneden glijden en de regen in de goot wegstroomt in de put van de straat. Een wandelaar met zijn hond nakijken totdat deze helemaal uit het zicht is verdwenen of hoe de ene wolk sneller beweegt dan de andere, hoewel voortbewogen door dezelfde wind. Leeg van buiten, maar vol van binnen.